dinsdag 26 februari 2013

GEESTENGASTEN


Banner of Light 1857/1861

 Banner of Light was een veelgelezen Spiritualistisch weekblad: 8 bladen van krantformaat, 5 kolommen, dichtbedrukt, zonder een enkele illustratie, maar ook bijna zonder alinea's.
In onze ogen moeilijk leesbaar. In de ogen van toen een blad waar je wat aan had. 

Nevenstaand bericht is uit de eerste jaargang, 1857, nog geen 10 jaar na het 'officiƫle' ontstaan van het Spiritualisme als beweging. (1848).
Iedere week was een bladzijde helemaal gewijd aan 'boodschappen' , met naam en toenaam.

De krant had een medium, Mrs Conast, "wiens diensten exclusief betrokken worden door de Banner of Light."
De opzet van die constructie was "Het doorgeven van boodschappen van overleden geesten aan hun vrienden en verwanten op aarde", want:
"De communicatie van Spirits met stervelingen is nu een vastgesteld feit, niet meer onderhevig aan twijfel bij ieder die de fenomena die in de huidige tijd zoveel aandacht trekken heeft onderzocht."  

Het stuk gaat verder met te vertellen dat de boodschappen die binnenkomen bedoeld zijn voor mensen die geen seances kunnen bezoeken en geen mediums kunnen consulteren.
De geesten maken dankbaar gebruik van de mogelijkheid om hun vrienden en familie op deze manier te bereiken.
"We zijn heel succesvol geweest in het doen van waardevolle proeven met de presentie en de kracht van spirits van wier bestaan wij nooit geweten hebben, voor vrienden op aarde die ook totale vreemden voor ons zijn."

En het mes sneed van twee kanten: lezers van de krant - en dat waren niet allemaal Spiritualisten - zouden op deze manier mogelijk geĆÆnteresseerd raken, en overtuigd van de waarheid van de boodschap dat het leven niet ophoudt bij de dood. Zegt de redactie:

"Deze communicaties worden niet gepubliceerd vanwege hun literaire verdiensten. De waarheid is alles wat wij nastreven. Onze vragen worden niet vermeld, alleen de antwoorden op die vragen. Wij vragen om reacties van degenen tot wie ze gericht zijn en we trachten te antwoorden op vragen die er betrekking op hebben en ons worden toegezonden."

En dan volgt er nog een aanmoediging om vragen van theologische aard te stellen zodat het medium mevrouw Conast die aan de geesten kan voorleggen, met het doel vooroordeel onder religieuze lezers weg te nemen en te laten zien dat dit  (de boodschappen) uit de hemel komt, niet om de Bijbel af te breken maar om haar waarheid te bewijzen. En aangezien lang niet alle geesten het licht hebben gezien en de aardse narigheid nog aan ze kleeft, zijn juist die Christelijke waarden van groot belang, zegt het stuk. En nogmaals: "De boodschappen zijn gepubliceerd zoals ze zijn gegeven, zonder door ons veranderd te zijn."

 We vragen ons af of het zoiets was als de overlijdenspagina van de krant opslaan om 'even te kijken wie er dood is' . In onze tijd ondenkbaar dat je een boodschap van tante-Mien-in-de-hemel zou aantreffen als je de krant opslaat, maar in die dagen was dat blijkbaar voor velen heel gewoon, want spirits waren een vorm van vermaak, te vergelijken met het gebruik van het OUIJA bord of glaasje draaien onder de jongeren van tegenwoordig.  
Seances werden bij duizenden gehouden. In elke straat dansten een paar tafels, uit overtuiging of als tijdverdrijf. Menig huisvrouw ontdekte haar mediamieke echte of vermeende 'gaven'.

Het is apart om die doorgekomen doden te lezen. Hoewel de krant hoopt dat het Spiritualistisch gedachtegoed erdoor wordt  gepromoot, kan het de lezer niet ontgaan zijn dat de meeste geesten niets te vertellen hebben.
Dat is nog steeds zo. In de openbare mediumbijeenkomsten van tegenwoordig heb ik nooit een doorgekomen geest iets met substantie horen vertellen, terwijl, zou je zeggen, ze niet uitgepraat zouden moeten raken over de wonderen van het hiernamaals, als je het tegen de ervaringen van mensen met een Bijna Dood Ervaring aanlegt, bijvoorbeeld.
Maar nee. Dodelijke verveling schijnt er daarboven te heersen.
Mijn gevoel is dat die visite-geesten nooit weg zijn geweest uit de aardse sfeer, en dat ze niks zijn opgeschoten.  
Hier hebben we drie willekeurige mensen uit die rubriek: David Spenser, Mehitable Babb, en Henry Pottle.

De spirit van David Spenser communiceert met een duimalfabet, misschien een soort vingeralfabet, hoewel hij zegt niet echt doof te zijn. Maar wel stom, vanwege rode hond en een keelprobleem toen hij drie jaar was.
Hij stierf op z'n 17de bij een ongeluk, waarbij zijn schedel verbrijzeld werd.

Mehitable Babb - wat een naam - was bij leven Presbyteriaans. Ze is, lijkt het, tegen haar zin gekomen en ze weet niet waarom, maar ze hoopt 'God te verheerlijken door haar komst' .
Mehitable is 92 jaar geworden, en toen ze in het hiernamaals kwam wist ze niets."Ik was als een klein kind", en ze kreeg een hoop instructies. "Ik was Presbyteriaans van religie, maar daar wil  ik niets over zeggen. Ik weet niet waarom ik hier ben, maar het zal wel ergens goed voor zijn. Als dat zo is dan ben ik daar blij om. Dit is alles wat me gevraagd werd te geven, maar de vraag over mijn religie wil ik niet beantwoorden." Een geest met een trauma, dus.

Tenslotte Henry Pottle. Hij vraagt zich af of hij wel goed is? "Mijn naam is Henry Pottle. Kennen jullie mijn zus Fanny, uit Boston? Ik wil graag met haar spreken. Ze is een medium, maar ik krijg geen kans met haar te praten. Ze heeft mensen om zich heen die tegen haar liegen. Ik ben 9 jaar geleden verdronken, en ik kom niet weg van de aarde. Mijn moeder - die wil ik ook graag spreken. Kan ik niet een briefje schrijven aan mijn moeder, dat jullie haar geven? Ik zal het proberen. Nee, bij nader inzien toch maar niet. Maar ik zal haar vragen hier te komen en dat zal ik proberen haar wat te schrijven, dingen waarover ik niet wil praten."  
 
Dat ook de vooroordelen niet zijn overgegaan blijkt uit het bericht hieronder.

Sara Jane Leonard valt met de deur in huis: "Ik had niet gedacht dat jullie 'niggers' lieten komen, net als ik kom. Ik ben bang dat mijn vader en moeder het niet leuk vinden dat ik met niggers kom."

Sarah was tien jaar oud toen ze stierf, dus ze wist niet beter.
Ze vertelt dat ze stierf in Troy, waarschijnlijk aan de veel voorkomende difterie. Haar vader was een terpentijnstoker. Dan:

"Stuur mijn brief niet in dezelfde post als de anderen, mijn vader houdt niet van niggers en hij zou niet willen dat ik hier kwam met ze."
Waarschijnlijk bedoelt ze de plaatsing in de krant, maar denkt ze nog in aardse termen.
Sara vertelt verder dat ze Jenny werd genoemd en dat ze een broer William op de universiteit heeft.
Dan springt ze zonder logica over:

"Dat was de lelijkste nigger die ik ooit gezien heb. Hij was groot en zijn 'wool' - zijn haar - was gemixt, zwart en wit; zijn ogen waren scheel en hij had zulke vreselijke ogen en gezicht! Ik zou me van kant hebben gemaakt als ik zo lelijk was geweest als hij. Laten jullie iedereen komen die wil? Negers en al?
Mijn oom werd vermoord door een neger in het zuiden.Mijn vaders jongste broer. Dat was toen ik erg klein was, en mijn vader  had sindsdien een hekel aan niggers. Ik heb m'n oom hier gezien, zijn naam was Alexander.
Ik kom hier omdat iedereen komt om brieven naar huis te sturen. Iedereen is hier, niggers en al.
Ik zou graag met m'n vader en broer spreken. Mijn broer maakt er grappen over, en hij gaat zitten bij tafels en stoelen en vraagt ons te komen en de tafel te bewegen en te kloppen, maar hij maakt zoveel plezier dat we niet kunnen komen. Ik kan komen als hij  serieus is. Hij komt bijna naar huis en dan wil ik dat hij, en vader en moeder en tante, maar niemand anders gaan zitten, en dan kom ik. 

Schrijven jullie alles op wat ik zeg? Ik hoop dat jullie beter schrijven dan ik kan praten, want ik praat niet zo goed als ik zou willen.
Op een avond toen mijn broer en een paar van zijn vrienden een seance hielden was er een geest die klopte, en mijn broer vroeg of ik dat was en de spirit zei ja. Maar ik was het niet. Hij vroeg de spirit wat het laatste was dat hij mij had gegeven, maar dat wist die spirit niet. Als ik het was geweest, dan had ik het geweten. Hij gaf me een hangertje met zijn portret. Ik had het kettinkje en hij gaf me de hanger voor ik wegging, en natuurlijk kon ik dat niet vergeten." 

In meerdere opzichten een merkwaardige communicatie, van een tienjarig meisje dat ook in het hiernamaals zich nog steeds blijkt druk te maken over wat haar vader en moeder van 'niggers' vinden. Is er een blanke en een zwarte hemel dan? Of is dit kind gewoon nog in de aardse sfeer en kan ze niet verder?
Waar zou ze het onderscheid aan kunnen kennen? In haar voorstelling van de hemel, als ze zich die bij leven gemaakt had, zullen geen niggers zijn voorkomen. 

Het lezen van al die berichten is voor ons vermakelijk, omdat wij er zo anders tegenaan kijken dan de mensen toen. Voor hen was het een ernstige zaak.
Ook al komen ze volgens mediums uit het Hiernamaals, wherever that may be, ze zijn zo aards als wat, en geven daardoor een interessant tijdsbeeld van aards kaliber.  

Maar toch, goedbeschouwd, wat een akelige toestand, geesten die maar blijven hangen, besluiteloos zijn, geen rust vinden, wraak en genoegdoening willen, nog dezelfde kwalen hebben als vroeger, trauma's en dom vooroordeel met zich meedragen...hoe is het toch mogelijk dat zoveel mensen hier werkelijk de hemel in zagen .... en zien?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten